woensdag 2 december 2009

#Lutetia - adieu DAF

Trieste dag vandaag... de laatste dag van de stage bij de Direction des Archives de France. In de voormiddag stond er nog een conclusion sessie op het programma. Ik dacht dat dit vooral een evaluatie sessie ging worden, maar in de realiteit kwamen nog twee mensen een presentatie geven. Die ging over de toekomstige uitdagingen voor de archivaris, opleiding, beroepsverenigingen, de SPA sectie van ICA (Section of Records Management and Archival Professional Associations), en het archiefbeheer op het Elysée. Een hele hoop dus... Daarbij was het soms moeilijk volgen, omdat er nogal wat Franse omstandigheden geëvoceerd werden, en ook omdat ik niet alles weet van ICA. In ieder geval bleek bij de discussies dat de Afrikaanse deelnemers een zeker verwachtingspatroon hebben van de regionale branche van ICA, waaraan tot op heden nog niet voldaan wordt. Het is natuurlijk vanuit onze Europese luxe situatie moeilijk te begrijpen dat er in Afrika nog steeds onvoldoende opleiding is. Nagenoeg alle mensen uit sub-Sahara Afrika hebben in het buitenland een opleiding gevolgd... In Frankrijk, Canada, België, Rusland, of een Noord-Afrikaans land. Het is iets waar ik eigenlijk nooit voldoende bij heb stil gestaan. Er is daar op een heel ander niveau dan in Europa nog heel wat werk te verrichten. Ik denk wel dat Europa daarin een ondersteunende rol kan spelen (bijvoorbeeld door ter plaatse praktische opleidingen in te richten of te ondersteunen), maar het uiteindelijke werk zal door de lokale mensen moeten verwezenlijkt worden. Dat daarbij de financiën grotendeels de mogelijkheden bepalen en vooral ook begrenzen, moge duidelijk zijn.
Bij de presentatie over het archiefbeheer op het Elysée is me bijgebleven dat de archivaris aldaar geen werknemer is van het presidentiële kabinet, maar een werknemer van het Ministerie van Cultuur. Terwijl het gehele kabinet kan veranderen bij een nieuwe président de la république zorgt de archivaris voor de continuïteit. Die specifieke positie heeft overigens voor- en nadelen. Het grote voordeel is dat de archivaris een zekere onafhankelijkheid bezit, maar het nadeel is dat die specifieke positie tot enige terughoudendheid bij de andere werknemers kan leiden... In deze mediatieke tijden waarin alles onmiddellijk moet aangeleverd worden, en waar er nagenoeg geen tijd is om te leren uit de fouten van het verleden, is het zaak om als archivaris mee te zijn, en prompt te kunnen antwoorden... Dat bleek althans uit de voorbeelden die de archivaris in kwestie presenteerde. Daarbij staat prompte dienstverlening centraal, maar de archivaris onderscheidt zich daarbij wel van bijvoorbeeld de documentalist omdat die veeleer een onderwerpsmatige aanpak in plaats van een contextuele aanpak hebben. Op basis van die vaststelling werd er ook nog even gediscussieerd over de verschillen tussen documentalisten en archivarissen, en natuurlijk ook over de uitdijende kennis die een all-round archivaris tegenwoordig moet bezitten.
Tijd voor de middagpauze, zou ik zo zeggen, en die was voor deze laatste dag anders dan anders: er was nog een afscheidsreceptie voorzien. Vóór de receptie werd nog de officiële foto genomen (voor die gelegenheid had ik maar eens mijn kostuum, inclusief das, aangetrokken!) en dan was het wachten op de directrice. Toen die arriveerde, werden nog meer officiële foto's genomen zodat we als groepje stagiaires eeuwig ergens kunnen bewaard worden.
De speech van de directrice was perfect qua omvang: niet te lang, niet te kort, en met een verwijzing naar de Belgische wapenspreuk (die volgens wikipedia ook die van Bulgarije en Haïti is): Eendracht maakt macht of in het Frans L'Union fait la force, om aan te geven dat we als archivarissen sterke (internationale) banden moeten onderhouden om zo onze stiel te promoten, te verbeteren en elkaar in moeilijke tijden te ondersteunen...
Tijd voor een glaasje champagne (één of enkele, ik ga dat hier in het midden laten...) en een hapje. Die 'borrels' zijn in Parijs en Frankrijk toch van een lichtelijk ander kaliber dan in Nederland.
Tussen een hapje en drankje door vernam ik dat er een Franse archivaris op de hoogte is van mijn blog en dat er bij de Direction des Archives de France een jonge archivaris werkt die een vergelijkende studie maakt van Nederlandse en Franse archivistische praktijken in de twee vorige eeuwen. Ik kon zelfs even Nederlands praten: je zou van minder nog een extra glaasje champagne nemen... wat ik dan ook stante pede heb gedaan: je volgt niet elke dag een stage in Parijs!
Wie denkt dat de dag ten einde was, heeft het mis. Een aantal stagiaires gaven in de namiddag nog een presentatie. Daarbij waren er drie mensen uit Oost-Europa en een Paraguayaan. Daar zijn archieven nog steeds machtsinstrumenten, en vooral uit één land kwamen er toch wat kritische geluiden over hoe politici aldaar menen te moeten omgaan met archivarissen die er niet voor terugdeinzen om archieven met supergevoelige informatie vrij te geven. Het ene land is het andere niet vanzelfsprekend, maar ook hier werd het mij duidelijk dat in die landen een geheel andere archiefcultuur is, die voor een geprivilegieerde westerse archivaris als ik moeilijk in de praktijk voor te stellen is. Van Paraguay onthou ik vooral een aantal historische feiten. Wie dacht dat de Triple Alliantie alleen maar naar Europese verdragen verwijst, met als bekendste vanzelfsprekend die tussen Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië, die heeft het echter mis. Er is ook een Triple Alliantie geweest tussen Brazilië, Argentinië en Uruguay met als uiteindelijk doel Paraguay onder de voet te lopen. Daarmee werd ik weer met de neus op de feiten gedrukt dat ik weliswaar ook historicus ben, maar toch vooral een Europese feitenkennis heb. Volgden ook nog presentaties over digitalisering in Firenze, waar -tegen de stroom in- vooral gedigitaliseerd wordt om wetenschappelijke onderzoekers ter wille te zijn, en een overzicht van het wedervaren van het oudste archiefbestand dat in Louisiana bewaard wordt.
Vanwege tijdsgebrek was er geen gezamenlijke evaluatiebespreking meer van de stage, maar aangezien iedereen een evaluatieformulier van zes à zeven bladzijden heeft ingevuld, vermoed ik wel dat de organisatoren voldoende feedback hebben om de stage in de toekomst nog meer aan de wensen en verwachtingen van de stagiaires aan te passen.
Daarmee is het deel archivistiek van mijn Stage Courants afgerond.

Woord van de dag: qualiticien. Ik kende reeds een opticien, wist ook wel dat een informaticus een informaticien was, maar had nog nooit gehoord van een qualiticien, of een kwaliteitsbewaker, een groep van professionals waarmee wij als archivarissen ook dienen samen te werken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten